De Koran lezen
Arabische tekst, vertaling en recitatie per aya.
الحَاقَّةِ
Al-Haaqqa · Juz 29 · Pagina 568
Hamzat wasl
Madd (normaal)
Madd (verplicht)
Madd (toegestaan)
Qalqalah
Ghunnah
Idghaam
Stille letter
٣٥
فَلَيْسَ لَهُ ٱلْيَوْمَ هَـٰهُنَا حَمِيمٌ٣٥
Vandaag heeft hij hier dus geen echte vriend
٣٦
وَلَا طَعَامٌ إِلَّا مِنْ غِسْلِينٍ٣٦
en ook geen voedsel, behalve pus
٣٧
لَّا يَأْكُلُهُۥٓ إِلَّا ٱلْخَـٰطِــُٔونَ٣٧
dat slechts door de zondaars gegeten wordt.
٣٨
فَلَآ أُقْسِمُ بِمَا تُبْصِرُونَ٣٨
Niet dan? Ik zweer bij wat jullie doorzien
٣٩
وَمَا لَا تُبْصِرُونَ٣٩
en wat jullie niet doorzien,
٤٠
إِنَّهُۥ لَقَوْلُ رَسُولٍ كَرِيمٍ٤٠
dat wat de gezant zegt voortreffelijk is.
٤١
وَمَا هُوَ بِقَوْلِ شَاعِرٍۚ قَلِيلاً مَّا تُؤْمِنُونَ٤١
Het zijn niet de woorden van een dichter. Hoe weinig geloven jullie!
٤٢
وَلَا بِقَوْلِ كَاهِنٍۚ قَلِيلاً مَّا تَذَكَّرُونَ٤٢
Noch zijn het de woorden van een waarzegger. Hoe weinig laten jullie je vermanen!
٤٣
تَنزِيلٌ مِّن رَّبِّ ٱلْعَـٰلَمِينَ٤٣
Het is een neerzending van de Heer van de wereldbewoners.
٤٤
وَلَوْ تَقَوَّلَ عَلَيْنَا بَعْضَ ٱلْأَقَاوِيلِ٤٤
En als hij over Ons enige uitspraken zelf bedacht had
٤٥
لَأَخَذْنَا مِنْهُ بِٱلْيَمِينِ٤٥
hadden Wij hem bij de rechterarm gegrepen.
٤٦
ثُمَّ لَقَطَعْنَا مِنْهُ ٱلْوَتِينَ٤٦
Dan hadden Wij hem de levensader doorgesneden.
٤٧
فَمَا مِنكُم مِّنْ أَحَدٍ عَنْهُ حَـٰجِزِينَ٤٧
Niet een van jullie had dat van hem kunnen afweren.
٤٨
وَإِنَّهُۥ لَتَذْكِرَةٌ لِّلْمُتَّقِينَ٤٨
Het is een vermaning voor de godvrezenden.
٤٩
وَإِنَّا لَنَعْلَمُ أَنَّ مِنكُم مُّكَذِّبِينَ٤٩
Wij weten dat er onder jullie loochenaars zijn.
٥٠
وَإِنَّهُۥ لَحَسْرَةٌ عَلَى ٱلْكَـٰفِرِينَ٥٠
Het is een [reden tot] wroeging voor de ongelovigen.
٥١
وَإِنَّهُۥ لَحَقُّ ٱلْيَقِينِ٥١
En het is de vaststaande waarheid.
٥٢
فَسَبِّحْ بِٱسْمِ رَبِّكَ ٱلْعَظِيمِ٥٢
Prijs dan de geweldige naam van jouw Heer.
◆
المَعَارِجِ
بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَٰنِ ٱلرَّحِيمِ
◆
١
سَأَلَ سَآئِلُۢ بِعَذَابٍ وَاقِعٍ١
Iemand vraagt naar een aanstaande bestraffing.
٢
لِّلْكَـٰفِرِينَ لَيْسَ لَهُۥ دَافِعٌ٢
De ongelovigen hebben daartegen geen afweer.
٣
مِّنَ ٱللَّهِ ذِى ٱلْمَعَارِجِ٣
Zij komt van God die de trappen beheert
٤
تَعْرُجُ ٱلْمَلَـٰٓئِكَةُ وَٱلرُّوحُ إِلَيْهِ فِى يَوْمٍ كَانَ مِقْدَارُهُۥ خَمْسِينَ أَلْفَ سَنَةٍ٤
waarlangs de engelen en de geest tot Hem opstijgen, op een dag die vijftigduizend jaren lang is.
٥
فَٱصْبِرْ صَبْرًا جَمِيلاً٥
Wees dus maar mooi geduldig en volhardend.
٦
إِنَّهُمْ يَرَوْنَهُۥ بَعِيدًا٦
Zij zullen haar van verre zien.
٧
وَنَرَٮٰهُ قَرِيبًا٧
En Wij zullen haar van dichtbij zien
٨
يَوْمَ تَكُونُ ٱلسَّمَآءُ كَٱلْمُهْلِ٨
op de dag dat de hemel als gesmolten metaal zal zijn
٩
وَتَكُونُ ٱلْجِبَالُ كَٱلْعِهْنِ٩
en de bergen als wol.
١٠
وَلَا يَسْــَٔلُ حَمِيمٌ حَمِيمًا١٠
En geen boezemvriend zal naar een boezemvriend vragen.
Pagina 568 · ٥٦٨