De Koran lezen
Arabische tekst, vertaling en recitatie per aya.
الدُّخَانِ
Ad-Dukhaan · Juz 25 · Pagina 496
Hamzat wasl
Madd (normaal)
Madd (verplicht)
Madd (toegestaan)
Qalqalah
Ghunnah
Idghaam
Stille letter
◆
الدُّخَانِ
بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَٰنِ ٱلرَّحِيمِ
◆
١
حمٓ١
H[aa?] M[iem].
٢
وَٱلْكِتَـٰبِ ٱلْمُبِينِ٢
Bij het duidelijke boek!
٣
إِنَّآ أَنزَلْنَـٰهُ فِى لَيْلَةٍ مُّبَـٰرَكَةٍۚ إِنَّا كُنَّا مُنذِرِينَ٣
Wij hebben het in een gezegende nacht neergezonden -- Wij hebben steeds gewaarschuwd --
٤
فِيهَا يُفْرَقُ كُلُّ أَمْرٍ حَكِيمٍ٤
waarin iedere wijze beschikking afzonderlijk wordt beslist,
٥
أَمْرًا مِّنْ عِندِنَآۚ إِنَّا كُنَّا مُرْسِلِينَ٥
als een beschikking van Onze kant. Wij hebben steeds [gezanten] gezonden --
٦
رَحْمَةً مِّن رَّبِّكَۚ إِنَّهُۥ هُوَ ٱلسَّمِيعُ ٱلْعَلِيمُ٦
als een barmhartigheid van jouw Heer. Hij is de horende, de wetende,
٧
رَبِّ ٱلسَّمَـٰوَٲتِ وَٱلْأَرْضِ وَمَا بَيْنَهُمَآۖ إِن كُنتُم مُّوقِنِينَ٧
de Heer van de hemelen en de aarde en wat er tussen beide is, als jullie ervan overtuigd zijn.
٨
لَآ إِلَـٰهَ إِلَّا هُوَ يُحْىِۦ وَيُمِيتُۖ رَبُّكُمْ وَرَبُّ ءَابَآئِكُمُ ٱلْأَوَّلِينَ٨
Er is geen god dan Hij. Hij geeft leven en laat sterven, jullie Heer en de Heer van jullie vaderen die er eertijds waren.
٩
بَلْ هُمْ فِى شَكٍّ يَلْعَبُونَ٩
Toch schertsen zij in hun twijfel.
١٠
فَٱرْتَقِبْ يَوْمَ تَأْتِى ٱلسَّمَآءُ بِدُخَانٍ مُّبِينٍ١٠
Wacht dan de dag maar af waarop de hemel met duidelijke rook zal komen
١١
يَغْشَى ٱلنَّاسَۖ هَـٰذَا عَذَابٌ أَلِيمٌ١١
die de mensen zal bedekken; dat is een pijnlijke bestraffing.
١٢
رَّبَّنَا ٱكْشِفْ عَنَّا ٱلْعَذَابَ إِنَّا مُؤْمِنُونَ١٢
"Onze Heer, hef de bestraffing voor ons op, want wij zijn gelovigen."
١٣
أَنَّىٰ لَهُمُ ٱلذِّكْرَىٰ وَقَدْ جَآءَهُمْ رَسُولٌ مُّبِينٌ١٣
Hoe zou vermaning hun tot voordeel hebben kunnen zijn, terwijl er toch een duidelijke gezant tot hen gekomen is?
١٤
ثُمَّ تَوَلَّوْاْ عَنْهُ وَقَالُواْ مُعَلَّمٌ مَّجْنُونٌ١٤
Toen keerden zij zich van hem af en zeiden: "Iemand die elders onderwezen is en die bezeten is."
١٥
إِنَّا كَاشِفُواْ ٱلْعَذَابِ قَلِيلاًۚ إِنَّكُمْ عَآئِدُونَ١٥
Wij zullen de bestraffing een korte tijd opheffen, maar jullie zullen terugvallen.
١٦
يَوْمَ نَبْطِشُ ٱلْبَطْشَةَ ٱلْكُبْرَىٰٓ إِنَّا مُنتَقِمُونَ١٦
Op de dag dat Wij met groot geweld toeslaan zullen Wij zeker wraaknemen.
١٧
۞ وَلَقَدْ فَتَنَّا قَبْلَهُمْ قَوْمَ فِرْعَوْنَ وَجَآءَهُمْ رَسُولٌ كَرِيمٌ١٧
Wij hebben vóór hun tijd het volk van Fir'aun aan verzoeking blootgesteld. Tot hen kwam een voortreffelijk gezant:
١٨
أَنْ أَدُّوٓاْ إِلَىَّ عِبَادَ ٱللَّهِۖ إِنِّى لَكُمْ رَسُولٌ أَمِينٌ١٨
"Draagt de dienaren van God aan mij over. Ik ben voor jullie een betrouwbaar gezant.
Pagina 496 · ٤٩٦