De Koran lezen

Arabische tekst, vertaling en recitatie per aya.

الحِجۡرِ Al-Hijr · Juz 14 · Pagina 267
Hamzat wasl Madd (normaal) Madd (verplicht) Madd (toegestaan) Qalqalah Ghunnah Idghaam Stille letter
٩١
ٱلَّذِينَ جَعَلُواْ ٱلْقُرْءَانَ عِضِينَ٩١
die de Koran in parten hebben opgedeeld.
٩٢
فَوَرَبِّكَ لَنَسْــَٔلَنَّهُمْ أَجْمَعِينَ٩٢
Dus, bij jouw Heer, Wij zullen hen allemaal ondervragen
٩٣
عَمَّا كَانُواْ يَعْمَلُونَ٩٣
over wat zij aan het doen waren.
٩٤
فَٱصْدَعْ بِمَا تُؤْمَرُ وَأَعْرِضْ عَنِ ٱلْمُشْرِكِينَ٩٤
En verkondig luid wat jou bevolen is en wend je af van de veelgodendienaars.
٩٥
إِنَّا كَفَيْنَـٰكَ ٱلْمُسْتَهْزِءِينَ٩٥
Wij zijn voldoende voor jou tegen de spotters,
٩٦
ٱلَّذِينَ يَجْعَلُونَ مَعَ ٱللَّهِ إِلَـٰهًا ءَاخَرَ‌ۚ فَسَوْفَ يَعْلَمُونَ٩٦
die naast God een andere god stellen; maar zij zullen het weten.
٩٧
وَلَقَدْ نَعْلَمُ أَنَّكَ يَضِيقُ صَدْرُكَ بِمَا يَقُولُونَ٩٧
Wij weten dat jouw hart benauwd is om wat zij zeggen.
٩٨
فَسَبِّحْ بِحَمْدِ رَبِّكَ وَكُن مِّنَ ٱلسَّـٰجِدِينَ٩٨
Maar prijs de lof van jouw Heer en wees met hen die zich eerbiedig neerbuigen.
٩٩
وَٱعْبُدْ رَبَّكَ حَتَّىٰ يَأْتِيَكَ ٱلْيَقِينُ٩٩
En dien jouw Heer tot de zekerheid [van de dood] komt.
النَّحۡلِ
16. An-Nahl · Meccaans · 128 aya's
بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَٰنِ ٱلرَّحِيمِ
١
أَتَىٰٓ أَمْرُ ٱللَّهِ فَلَا تَسْتَعْجِلُوهُ‌ۚ سُبْحَـٰنَهُۥ وَتَعَـٰلَىٰ عَمَّا يُشْرِكُونَ١
Gods beschikking is gekomen, probeert dat dus niet te verhaasten. Hij zij geprezen, verheven als Hij is boven wat zij aan Hem als metgezellen toevoegen.
٢
يُنَزِّلُ ٱلْمَلَـٰٓئِكَةَ بِٱلرُّوحِ مِنْ أَمْرِهِۦ عَلَىٰ مَن يَشَآءُ مِنْ عِبَادِهِۦٓ أَنْ أَنذِرُوٓاْ أَنَّهُۥ لَآ إِلَـٰهَ إِلَّآ أَنَا۟ فَٱتَّقُونِ٢
Hij zendt door Zijn beschikking de engelen met de geest neer tot wie van Zijn dienaren Hij wil: "Waarschuwt dat er geen god is dan Ik, vreest Mij dus."
٣
خَلَقَ ٱلسَّمَـٰوَٲتِ وَٱلْأَرْضَ بِٱلْحَقِّ‌ۚ تَعَـٰلَىٰ عَمَّا يُشْرِكُونَ٣
Hij heeft de hemelen en de aarde in waarheid geschapen. Hij is verheven boven wat zij aan Hem als metgezellen toevoegen.
٤
خَلَقَ ٱلْإِنسَـٰنَ مِن نُّطْفَةٍ فَإِذَا هُوَ خَصِيمٌ مُّبِينٌ٤
Hij heeft de mens uit een druppel geschapen en toch is hij dan een duidelijke tegenstander.
٥
وَٱلْأَنْعَـٰمَ خَلَقَهَا‌ۗ لَكُمْ فِيهَا دِفْءٌ وَمَنَـٰفِعُ وَمِنْهَا تَأْكُلُونَ٥
Ook het vee heeft Hij geschapen. Jullie hebben daarmee warmte en allerlei nuttigs en jullie eten ervan.
٦
وَلَكُمْ فِيهَا جَمَالٌ حِينَ تُرِيحُونَ وَحِينَ تَسْرَحُونَ٦
Daarmee is er voor jullie ook schoonheid wanneer jullie ze 's avonds huiswaarts voeren en wanneer jullie ze 's morgens naar de weiden brengen.
Pagina 267 · ٢٦٧